lichamelijke intelligentie
interpersoonlijke intelligentie
ruimtelijke intelligentie
intrapersoonlijke intelligentie
mathematische intelligentie
naturalistische intelligentie
verbale intelligentie
muzikale intelligentie
existentiele intelligentie
enneagram

Meervoudige intelligenties en het enneagram

Inleiding

Dit artikel bevat vier hoofdstukken. 1. Intelligentie, 2. De intelligenties van Howard Gardner, 3. De intelligenties en het enneagram en 4.  Het model van intelligenties, het enneagram en de logische  niveaus van Bateson.

1 Intelligentie

Het onderzoek naar intelligentie en vooral de vraag "Hoe intelligent ben jij?" kennen we van de IQ-test. De uitkomst van deze test is een getal. Hiervan wordt gezegd dat dit na je 12e jaar vaststaat. Meten van intelligentie gebeurt vaak aan de hand van prestaties op het gebied van taal en rekenen.
Er is veel kritiek op de IQ-test, veroorzaakt  door de grote waarde die er soms aan wordt toegekend. Want wat zegt de IQ-test als je bijvoorbeeld denkt aan de onhandige en verstrooide professor die haast niet in staat is om persoonlijk contact te maken?
Over de IQ-test kun je zeggen dat deze heel goed kan aangeven of je geschikt bent voor een bepaalde baan, maar het zegt niets over of je ook succesvol in die baan zal zijn.

Twee definities van intelligentie

Sternberg

Intelligentie is de mogelijkheid/ het vermogen om succes in het leven te bereiken, rekening houdend met je persoonlijke waarden en normen en binnen je sociaal culturele omgeving (context).
Te onderscheiden zijn:

  • vaardigheden: analytisch, creatief en praktisch

  • gebruik van intelligentie: adaptatie aan omgeving, vormen van de omgeving, selectie van de omgeving

  • gebruik van mechanismen: benutten van sterkte; correctie van zwakte of compensatie voor zwakte

Howard Gardner (1999)

Intelligentie is een biopsychologisch potentieel om informatie te verwerken, dat in werking kan worden gesteld in een culturele situatie om problemen op te lossen of producten te scheppen die van waarde zijn in een cultuur. Volgens Howard Gardner is de vraag "Hoe intelligent ben jij?"de verkeerde vraag. Er zijn namelijk veel verschillende manieren om intelligent te zijn. De juiste vraag is volgens hem: "Hoe ben jij intelligent?" Gardner is tot een indeling van 8 intelligenties gekomen. Een eigenschap van deze intelligenties is dat je ze kunt ontwikkelen. Een kenmerk van een intelligentie is dat er een specifiek werkzaam deel in de hersenen is aan te tonen. Op dit moment is een negende intelligentie, namelijk de existentiële intelligentie in onderzoek.

Gardner’s criteria voor de indeling van intelligenties:

Uit de biologische wetenschappen

  • De mogelijkheid tot isolering bij hersenbeschadiging

  • Een ontwikkelingsgeschiedenis en ontwikkelingsplausibiliteit

Uit de logische analyse

  • Een identificeerbare kernfunctie of functies

  • Ontvankelijkheid voor het coderen in een symboolsysteem

Uit de ontwikkelingspsychologie

  • Een afzonderlijke ontwikkelingsgeschiedenis, gecombineerd met definieerbare deskundige 'eindstadium'-prestaties

  • Het voorkomen van idiot savants, wonderkinderen en andere exceptionele mensen

Uit traditioneel psychologisch onderzoek

  • Bevestiging door experimentele psychologische testen 'eindstadium'-prestaties

  • Bevestiging door psychometrische resultaten

2 De intelligenties volgens Howard Gardner

Meestal is de ene intelligentie sterker dan de andere. Zo zijn leerlingen op school op verschillende manieren 'knap'. Iedereen kent de leerling die niet zo taalvaardig is, maar helemaal tot leven komt als hij praktisch bezig kan met techniek. Of de leerling die niet sterk is in rekenen maar wel een uitstekende illustrator is. De beschrijvingen van de intelligenties 1-8 komen uit het onderwijs en zijn gebaseerd op de inzichten van de meervoudige intelligenties. De volgorde is volgens de indeling in het enneagram.
Voor de uitgebreide beschrijvingen zie het artikel over meervoudige intelligenties.

Lichamelijk-kinesthetisch

Het vermogen om het eigen lichaam te gebruiken en te controleren. Het beheersen van de kleine motoriek, nodig voor het manipuleren van kleine objecten, als van 'totale' bewegingen, zoals bijvoorbeeld bij dans.

Interpersoonlijk

Het vermogen om onderscheid te maken tussen verschillende individuen en hun stemmingen, motieven en temperament. En om met andere individuen te communiceren.

Visueel-ruimtelijk

Het vermogen om ruimtelijke vormen en beelden waar te nemen en te reproduceren, om deze beelden mentaal te manipuleren en om nieuwe mentale beelden te creëren.

Intra-persoonlijk

Het vermogen tot zelfreflectie en het bewustzijn van de eigen innerlijke wereld. Het vermogen om eigen gevoelens te onderscheiden en te zien als drijfveer voor het eigen handelen.

Logisch-mathematisch

Het vermogen om zowel inductief als deductief te denken; om getallen en symbolen mentaal te manipuleren en om abstracte begrippen te hanteren en te creëren.

Naturalistisch

Het vermogen om onderscheid te maken tussen verschillende verschijnselen en deze tot op detail kunnen classificeren.

Verbaal-linguïstisch

Het vermogen om zowel gesproken als geschreven taal te begrijpen. Een gevoeligheid voor de betekenis van woorden en voor de verschillende functies die de taal vervult.

Muzikaal-ritmisch

Het vermogen om betekenis te ontlenen aan muzikale patronen, klanken en ritmes Deze kunnen creëren en reproduceren.

Existentiële intelligentie

Voorstel Gardner: “Het vermogen om je positie te bepalen ten opzichte van de uitersten van de kosmos – het oneindige en het oneindig kleine – en het verwante vermogen om je positie te bepalen ten aanzien van existentiële kenmerken van het menselijk bestaan als de zin van het leven, de zin van de dood, het ultieme lot van de fysieke en psychische wereld en ingrijpende ervaringen als liefde voor een ander persoon of het volkomen opgaan in een kunstwerk.”

Existentiële intelligentie heeft te maken met de kosmos, maar ook met de zin van het leven. Filosofen en spirituele leiders kunnen deze intelligentie bezitten, net als mensen met belangstelling voor religie. Denk hierbij aan de Dalai Lama.

3 De intelligenties en het enneagram

In onderstaand schema staan de intelligenties zoals ze hiervoor besproken zijn. In het schema zijn ter vergelijking naast de enneagrampunten (kolom E) de chakra’s en de essenties gezet.

Tabel: Schema: Intelligenties, chakra’s, essenties

E     

intelligenties

chakra's

essenties

1 lichamelijke 1e: basis chakra ordenen
2 interpersoonlijke 4e: hartchakra ontmoeten
3 ruimtelijke 8e: soulstar stralen
4 intrapersoonlijke 2e: inner child individueren
5 logisch-mathematische 6e:ajnachakra (derde oog)
waarnemen
6 naturalistische 0e:earthstar 
ontvangen
7 verbaal-linguisttische 5e:keelchakra leven
8 muzikale 3e zonnevlecht of maag uiteenzetten
9 existentiele 7e kroonchakra stromen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het enneagram kent een driehoek gevormd door de punten 9,6,3 (in figuur,oranje), de zg. scheppingsdriehoek , en een hexade (in de figuur zwart). De zwarte lijnen geven in de volgorde 1,4,2,8,5,7,1 de ontwikkelingslijn aan.

De indeling van de intelligenties in het enneagram kan dus getoetst worden aan de laatste inzichten van de ontwikkelingspsychologie. Hieronder geef ik in het kort de verbanden weer.

Wat leert de ontwikkelingspsychologie?

Natuur en ruimtelijk zien

Ruimtelijk zien is bij de geboorte basaal al aanwezig bij de baby. Het kind wordt (volgens sommige onderzoekers) geboren met de mogelijkheid om de fysische wereld in categorieën in te delen (naturalistisch). De scheppingsdriehoek: 9 (existentieel) onderscheidt zich in 6 (naturalistisch) en 3 (ruimtelijk). 9 staat in het enneagram voor het geheel en het begin.

Bewegen, genieten en de ander

Voor en na de geboorte is het lichaam een feit. Het kind geniet van het begin van lichamelijk sensaties (met water spetteren); leren over lichaam en omgeving: beweging en genieten! Dit geldt ook voor het ervaren van smaak, geur en aanraken. Het kind van 0-3 jaar speelt  alleen, het toont geen initiatief in het spel met anderen. Vanaf 4 jaar houdt het kind rekening met een ander. Volgorde Enneagram:  Lichaam (1), zelf(4: intrapersoonlijk) en de ander (2:interpersoonlijk).

Muziek en taalontwikkeling

De hersenen ontwikkelen zich vanaf de geboorte (of eerder) tot 2 jaar. Het kind heeft een grote gevoeligheid voor moederstem, ritmische geluiden en lage frequenties.

Een kind ontwikkelt tussen 6 en 12 maand een voorloper van taal:  symbolische representatie genoemd. Op de leeftijd van 20-26 maand is het aantal symbolen dat het kind kent al zeer uitgebreid. Rond de leeftijd van 1 jaar kent het kind de eerste woordjes. Het leren van de taal komt echter op latere leeftijd. De 3 tot 4-jarige heeft kennis van basale linguïstische regels en betekenisstructuren. Het kind is dol op taalspelletjes: spontaan met geluid en ritme. In de kindertijd (5-11 jaar) ontwikkelt zich de mondelinge en geschreven taal. De taalontwikkeling is een complex proces!

Logisch denken

Vanaf de geboorte kan het kind smaak, geur en aanraken waarnemen. Tussen 3-4 maand leert het met de ogen focussen en na 6 maand kan het kind kleuren onderscheiden. Vanaf 4 jaar begint het kind van eenvoudige symbolen gebruik te maken. Deze symbolen worden gebruikt  om contact te maken. Er is nog geen sprake van abstracties. Dit wordt de pre-mathematicale fase genoemd (3-5 jaar).
Op de leeftijd van 7-11/12 jaar is er een begin van logisch denken. De classificatie (biologie) is voor een kind nog moeilijk. De zg. metacognitie start op 6/7 jarige leeftijd en ontwikkelt zich steeds verder.  De 15-jarige weet aanzienlijk meer dan de 7-jarige.

Van muziek naar rekenen en taal

Volgorde enneagram: De muziek (8) komt voor rekenen en taal. Het kind is al vroeg met taal bezig (in het enneagram: de lijn 1-7), maar mondeling en geschreven taal komt pas op latere leeftijd, net als logisch denken. Ze hebben met elkaar te maken. Taal op punt  7 blijkt zo te kloppen en komt rekenen (logisch mathematisch) op punt 5. Rond het twaalfde levensjaar vinden er grote wijzigingen in de hersenen plaats: de hersenen worden geherstructureerd en snelle verbindingen worden aangelegd. Niet gebruikte of minder efficiënte verbindingen verdwijnen.

4 Het model van intelligenties, het enneagram en de logische  niveaus van Bateson

Bateson heeft 6 niveaus beschreven:
1.    Omgeving
2.    Gedrag
3.    Vaardigheden en kwaliteiten
4.    Waarden en overtuigingen
5.    Identiteit
6.    Zingeving (of doel en missie, spiritualiteit)

Het niveau vaardigheden bevat ook de strategieën. In het model zijn vaardigheid en strategie benoemd als afzonderlijke niveaus.

Het punt identiteit en zingeving horen bij het unieke zelf van een persoon. Op deze plaats staat het enneagram, als zijnde een bijzonder symbool van dit zelf. Het niveau identiteit komt in het enneagram op de cirkel te liggen. In het enneagram zijn dit de essenties of intelligenties

Het niveau van zingeving ligt dan binnen de cirkel in het centrum. In eigen onderzoek met cliënten en twee verschillende groepen heb ik de vraag onderzocht of uitgaande van het enneagram er tussen de rand en het centrum nog twee punten te onderscheiden zijn. Uit dit onderzoek is het inzicht ontstaan, dat gerekend vanuit het centrum van het enneagram er sprake is van een steeds verdere verdichting. Dit is vergelijkbaar met de drie fasen van een stof: gasvormig, vloeibaar en vast. Vast is dan de herkenbare intelligentie.
Het gasvormige niveau staat voor inspiratie (een cliënt omschreef dit als: inspiratie komt van mijn voorouders). Het vloeibare niveau staat voor intentie of verlangen: voor cliënten is de richting naar de specifieke intelligentie duidelijk en de invloed van de buitenwereld is hier al goed merkbaar (een cliënt omschreef dit als: Ík voel, ik weet niet of het verlangen is”).
In een ander beeld: ik sta op een wolk(punt inspiratie), ik sta op de berg (punt intentie), ik sta op de grond (punt intelligentie).

Samengevat onderscheid ik de volgende niveaus:

Niveaus in het geïntegreerde model
   spiritualiteit, Bron, ZIJN (ten diepste valt hier alles samen, zonder onderscheid)
B    inspiratie
C    intentie, verlangen
   intelligentie, essentie (Bateson: identiteit)
   overtuigingen, waarden
F    strategie
G    competentie, vaardigheden, kwaliteiten
H    gedrag
I    omgeving

Literatuur

  • Howard Gardner, Soorten intelligentie

  • Rita van der Weck-Capitein en Cees de Voogd, Je enneatype voorbij

  • Don Richard Riso & Russ Hudson, De Wijsheid van het Enneagram

  • Daniel Ofman & Ria van der Weck, De kernkwaliteiten van het enneagram


© Piet van Gijssel, 5 mei 2011